Het einde van de VAR-verklaring

M. Lammers

In Nederland is het gebruikelijk voor veel ZZP’ers om een zogeheten VAR-verklaring aan hun opdrachtgevers te geven bij aanvaarding van een opdracht. Deze verklaring kon door de opdrachtgever worden gebruikt als bewijs dat een ZZP’er daadwerkelijk als zelfstandige werkzaam was en dat de opdrachtgever om die reden geen loonbelastingen en dergelijke aan de belastingdienst hoefde af te dragen. Indien een VAR-verklaring was afgegeven vrijwaarde dit de opdrachtgever en was alleen de opdrachtnemer, de ZZP’er, verantwoordelijk voor de afdrachten. Mede omdat deze ZZP’ers niet altijd verhaal boden aan de belastingdienst is besloten om de VAR-verklaring in zijn geheel af te schaffen. Op deze wijze wordt ook de opdrachtgever verantwoordelijk voor het geval er, anders dan de bedoeling was, een al dan niet fictieve, arbeidsrelatie bestaat. Als zo’n arbeidsrelatie bestaat moet de werkgever loonheffingen afdragen aan de fiscus, zonder de VAR-verklaring is de werkgever hier ook aansprakelijk voor.

 

Wordt de soep dan zo heet gegeten als hij hiervoor is opgediend? Gelukkig is het antwoord nee. De belastingdienst heeft een aantal modelovereenkomsten opgesteld die de opdrachtgever kunnen garanderen dat er geen (fictieve) arbeidsrelatie tot stand komt. De voorwaarden hiervoor zijn echter wel dat dan de modelovereenkomst wordt gebruikt, dat bepaalde bepalingen ongewijzigd blijven en dat de feitelijke invulling van de opdracht in overeenstemming is met datgene wat is opgenomen in de overeenkomst.

 

De belastingdienst heeft een aantal specifieke overeenkomsten gemaakt voor bepaalde beroepsgroepen, zoals artiesten, huisartsen en DJ’s. Deze zeer specifieke overeenkomsten zullen in de praktijk maar een zeer klein aantal van de VAR-verklaringen kunnen dekken. Daarnaast heeft de belastingdienst twee meer algemene overeenkomsten opgesteld die wel voor bijna elke ZZP’er van toepassing kunnen zijn. Dit zijn de overeenkomst met vrije vervanging, wat wil zeggen dat de opdrachtnemer zich mag laten vervangen voor de werkzaamheden, en de overeenkomst zonder gezag, wat wil zeggen dat de opdrachtgever geen opdrachten mag geven aan de ZZP’er.

 

Beide overeenkomsten zijn niet volledig ingevuld. De invulling van deze open stukken kan echter een aanzienlijke invloed hebben op het oordeel van de belastingdienst. Het is daarom altijd raadzaam om de overeenkomst op te stellen met behulp van een advocaat of de overeenkomst in zijn geheel voor te leggen aan de belastingdienst.

 

Voor een advies op maat, meer informatie of de beoordeling van een overeenkomst kunt u ons bellen of e-mailen. Wij staan u graag terzijde!

Deel dit bericht:

Gerelateerde berichten